Hoe ga je als advocaat om met mogelijk wilsonbekwame cliënten?

Deze blog schreef ik voor Kennisbank Familierecht.

 

Stel, u wordt gebeld door een man die graag bij u langs wil komen in verband met de onderbewindstelling van zijn vrouw, die gediagnosticeerd is met Alzheimer. De volgende dag komen meneer en mevrouw samen naar uw kantoor. Hun dochter blijkt door de rechtbank te zijn benoemd tot bewindvoerder en mentor, maar meneer en mevrouw zijn het daar niet mee eens. Zij hebben geen bezwaren tegen de onderbewindstelling en het mentorschap, maar zien liever dat meneer wordt benoemd. U gaat namens mevrouw in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank. Dochter is boos over deze gang van zaken en dient een klacht tegen u in. Zij vindt dat u haar moeder nooit had mogen vertegenwoordigen.

In het notariaat gelden duidelijke regels voor de beoordeling van de wilsbekwaamheid van cliënten. In de advocatuur is hier, buiten BOPZ-zaken, niet of nauwelijks aandacht voor. Dat is eigenlijk vreemd, want krijgen ook wij in onze praktijk niet steeds vaker te maken met kwetsbare cliënten op leeftijd? En wat doet u dan, bijvoorbeeld in de hiervoor geschetste casus?

Oordeel van het hof: ‘Uitvoerig gesprek zonder aanwezigheid van derden’

Het Hof van Discipline overwoog al in 2014 (1) dat de Advocatenwet noch de bestaande verordeningen en richtlijnen van de Orde aanwijzingen bevatten over hoe de wilsbekwaamheid van een cliënt moet worden onderzocht indien reden bestaat om daaraan te twijfelen. Het Hof zocht daarom aansluiting bij het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid van de KNB en bij de voorgeschreven ‘voorlegger’ van de Raad voor Rechtsbijstand in BOPZ-zaken. Het hof oordeelde dat het tot de zorg van een advocaat behoort om bij twijfel over de wilsbekwaamheid van een cliënt ten minste een uitvoerig gesprek met de cliënt te houden zonder aanwezigheid van derden. In dat gesprek moeten de vraag om juridische bijstand, en het begrip en de beslisvaardigheid van de cliënt via het stellen van open vragen worden onderzocht. Verder dient de advocaat in geval van bewind/mentorschap/curatele contact op te nemen met de bewindvoerder/mentor/curator en dient hij (na toestemming van de cliënt) informatie in te winnen bij derden, zoals verplegend personeel en familie.

Dit oordeel is in 2017 herhaald door de Raad van Discipline (2). In 2018 heeft het hof wederom geoordeeld over de verantwoordelijkheid van de advocaat bij het beoordelen van de wilsbekwaamheid van zijn cliënt, echter zonder expliciete verwijzing naar het Stappenplan (3). Het hof oordeelde dat de betreffende advocaat zich er niet op zorgvuldige wijze van had vergewist dat de cliënt bij het geven van de opdracht tot het verrichten van de werkzaamheden én het voortduren daarvan daadwerkelijk in staat was ter zake zijn wil te bepalen en zijn belangen te overzien. Het hof overweegt dat als een kwetsbare patiënt (indien deze aan enige vorm van ouderdomsdementie lijdt en mogelijk standpunten inneemt die verband houden met zijn ziekte) bijstand van een advocaat inroept in een familierechtelijk geschil, van de advocaat wordt gevraagd dat verifieerbaar duidelijk is dát en bovendien op welke wijze rekening is gehouden met de geestestoestand van de cliënt bij de behandeling van de zaak.

Kan de cliënt de gevolgen van zijn beslissingen overzien?

In de praktijk is weinig aandacht besteed aan de hiervoor aangehaalde uitspraken, terwijl er naar mijn overtuiging meer zaken zoals deze zijn. Mogelijk gaat een deel van de cliënten en/of hun familieleden niet over tot indiening van een klacht en blijft dit soort zaken daarom ‘onder de radar’. We weten echter dat de vergrijzing toeneemt (4), en verwacht mag worden dat daarmee ook de groep kwetsbare ouderen steeds groter wordt. De toename van het aantal kwetsbare cliënten, die zeer beïnvloedbaar kunnen zijn, vraagt van ons advocaten dat wij deze cliënten op een andere manier benaderen. We moeten meer tijd uittrekken voor een gesprek (5), we moeten dat gesprek onder vier ogen voeren en door middel van open vragen proberen te achterhalen wat de wensen en de zorgen van de cliënt zijn en in hoeverre hij de gevolgen van zijn beslissingen kan overzien. Daarnaast moeten, met toestemming van de cliënt, familieleden en eventuele behandelaren benaderd worden teneinde informatie in te winnen over de fysieke en/of geestelijke gesteldheid van de cliënt. Mijns inziens geldt daarbij dat bij twijfel aan de wilsbekwaamheid een indicerend arts moet worden geraadpleegd (6).

Laten wij ons er tot slot van bewust zijn dat familieleden niet zelden een grote rol spelen in het conflict en dat zij mogelijk de cliënt proberen te beïnvloeden. Zoals wij ons best doen om kinderen niet in een loyaliteitsconflict te plaatsen in scheidingszaken, zo zouden wij ook moeten opkomen voor de groter wordende groep kwetsbare ouderen. Aan de landelijke Orde de schone taak om werk te maken van het opstellen van een richtlijn vergelijkbaar met het stappenplan uit het notariaat.


1 Hof van Discipline 13 juni 2014, ECLI:NL:TAHVD:2014:148
2 Raad van Discipline ressort Arnhem-Leeuwarden 2 oktober 2017, ECLI:NL:TADRARL:2017:193
3 Hof van Discipline ’s-Hertogenbosch 26 maart 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:50
4 https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84346NED/table?ts=1554713141356
5 Eén gesprek van 1,5u in aanwezigheid van een familielid is niet voldoende, zie de uitspraak van de Raad van Discipline ressort Arnhem-Leeuwarden 2 oktober 2017, ECLI:NL:TADRARL:2017:193
6 Zie http://www.vianieuws.nl/kennis-delen/wilsbekwaamheid. De Vereniging van Indicerend en adviserend Artsen is inmiddels ontbonden en overgegaan in de Vereniging Artsen Volksgezondheid. Zij hebben ten tijde van het verschijnen van dit artikel echter nog geen website.

Spread the word. Share this post!

Vragen over dit artikel? Neem contact op met Geeske van Campen.