De Wet herziening partneralimentatie: FAQ

Op dinsdag 21 mei 2019 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet herziening partneralimentatie. In deze blog gaan we in op enkele veelgestelde vragen over deze wet.

Wat gaat er veranderen?

De maximale duur van partneralimentatie wordt verlaagd van twaalf jaar naar vijf jaar. Let op: het gaat om de maximale duur. Partneralimentatie kan ook over een kortere termijn worden vastgesteld of afgesproken.

Waarom deze wijziging?

De regering wil financiële onafhankelijkheid van vrouwen bevorderen en vindt dat de huidige duur van de partneralimentatie de economische zelfstandigheid van vrouwen niet stimuleert. De regering vindt het belangrijk dat partners die op het moment van scheiding niet economisch zelfstandig zijn, ernaar streven dat binnen een redelijke termijn alsnog te worden.

Kan dat niet op een andere manier?

wet partneralimentatieMinister Dekker geeft aan dat de regering verschillende maatregelen treft om de arbeidsmarktpositie van vrouwen te verbeteren. Hij wijst daarbij onder meer op de bevordering van een meer gelijke verdeling van arbeid en zorg, het faciliteren van de combineerbaarheid van arbeid en zorg, verlaging van de belastingtarieven op arbeid en verhoging van de arbeidskorting, het tegengaan van zwangerschapsdiscriminatie en de verkleining van achterstanden op de arbeidsmarkt van specifieke groepen vrouwen.

Zijn er ook uitzonderingen?

Zeker. Omdat het voor bepaalde groepen niet eenvoudig zal zijn om na een kortere periode van partneralimentatie in het eigen levensonderhoud te voorzien, worden er drie uitzonderingen gemaakt. In de volgende uitzonderingsgevallen geldt toch een langere alimentatieduur:

  1. Als op het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding de duur van het huwelijk langer is dan vijftien jaren en de leeftijd van de alimentatiegerechtigde ten hoogste tien jaar lager is dan de op dat moment geldende AOW-leeftijd, eindigt de alimentatieverplichting als de alimentatiegerechtigde de AOW-leeftijd heeft bereikt. Dit is tien jaar als de betrokkene precies tien jaar vóór de AOW-leeftijd zit op het moment van scheiding.
  2. De tweede uitzondering ziet op gezinnen met jonge kinderen. Als de uit het huwelijk geboren kinderen nog niet allemaal de leeftijd van twaalf jaren hebben bereikt, eindigt de alimentatieduur niet eerder dan op het tijdstip dat het jongste kind twaalf jaar is geworden. De alimentatie kan dan dus maximaal twaalf jaar duren.
  3. De derde uitzondering verlengt de alimentatieduur voor alimentatiegerechtigden van vijftig jaar en ouder. Alimentatiegerechtigden die op of voor 1 januari 1970 zijn geboren, krijgen tien jaar in plaats van vijf jaar alimentatie. Deze uitzonderingsgroep wordt jaarlijks kleiner en zal na verloop van enkele jaren verdwijnen, omdat de datum van 1 januari 1970 wettelijk is vastgelegd en niet meebeweegt met de tijd.

Als er een samenloop van omstandigheden is van meerdere uitzonderingen, dan geldt de langste termijn.

Wat is de hardheidsclausule?

Naast de uitzonderingen op de nieuwe hoofdregel van vijf jaar, kent het wetsvoorstel ook een hardheidsclausule. Als beëindiging van de alimentatie gelet op alle omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd van de alimentatiegerechtigde, kan de rechter op diens verzoek alsnog een termijn vaststellen. Daarmee kan de alimentatieduur in schrijnende gevallen worden verlengd. In de wetsgeschiedenis komt een aantal voorbeelden van dat soort schrijnende gevallen aan de orde:

  • het in onvoldoende mate kunnen terugkeren op de arbeidsmarkt door tijdens het huwelijk ontstane gezondheidsproblemen van de alimentatiegerechtigde of de zorg voor een gehandicapt kind;
  • alimentatiegerechtigden die de zorg dragen voor een gehandicapt of ernstig ziek (minder- of meerderjarig) kind, of die langdurig en intensief belast zijn met mantelzorg voor andere (schoon)familieleden;
  • alimentatiegerechtigden die aantoonbaar aan de alimentatieplichtigen hebben verzocht om zorgtaken voor de kinderen over te nemen en die dit hebben geweigerd;
  • alimentatiegerechtigden die voor of tijdens het huwelijk arbeidsongeschikt of ziek zijn geworden, waardoor zij in de voor hen geldende alimentatietermijn geen economische zelfstandigheid hebben kunnen bereiken.

Het is uiteindelijk aan de rechter om te beoordelen of er sprake is van een situatie die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt.

Wordt er ook iets veranderd aan de manier waarop de partneralimentatie berekend wordt?

Nee, de berekeningssystematiek blijft hetzelfde. Dat betekent dat per zaak wordt bekeken hoe hoog de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan partneralimentatie is en wat de draagkracht van de alimentatieplichtige is. Anders dan bij kinderalimentatie, wordt daarbij niet gerekend met forfaitaire bedragen.

De regering heeft wel aangekondigd dat er aandacht gaat worden besteed aan de vraag of het stelsel van partneralimentatie meer forfaitair kan worden ingericht, zoals bij het stelsel van kinderalimentatie al het geval is. Dit gebeurt in het kader van breder onderzoek naar de vraag welke aanpassingen kunnen bijdragen aan een vergroting van de acceptatie van de alimentatieplicht (en daarmee aan een vermindering van het aantal procedures).

Wanneer treedt de wet in werking?

De wet treedt waarschijnlijk in werking met ingang van 1 januari 2020.

Voor wie geldt de nieuwe wet?

De nieuwe wet is alleen van toepassing op een alimentatieverplichting die op of na 1 januari 2020 tussen partijen is overeengekomen of waarbij het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend op of na 1 januari 2020. De wetswijziging heeft geen gevolgen voor bestaande alimentatieverplichtingen.

Heb ik ook recht op partneralimentatie als ik samenwoon?

Wie niet getrouwd is, geen geregistreerd partnerschap is aangegaan en evenmin afspraken heeft gemaakt over een partneralimentatieverplichting, kan bij zijn of haar partner geen partneralimentatie afdwingen.

De PvdA heeft de regering gevraagd of deze een wetsvoorstel wil voorbereiden om samenwoners wél een wettelijk recht op partneralimentatie te geven. De regering heeft echter aangegeven dat niet te zullen doen; zij vindt een wettelijke plicht voor samenlevers te ver gaan. De regering heeft nog wel nagedacht over de mogelijkheid om de rechter te laten beoordelen of een ex-partner recht heeft op partneralimentatie na verbreking van de samenleving, maar na een gesprek met de praktijk over de invulling van de criteria daarvoor is geconcludeerd dat er geen aanknopingspunten zijn voor een hanteerbare regeling.

Gaat deze wet ook echt wat veranderen?

De praktijk zal uit moeten wijzen of de nieuwe wet ook echt leidt tot meer economische zelfstandigheid van vrouwen. De wet zal vijf jaar na inwerkingtreding geëvalueerd worden.

Heeft u vragen over de nieuwe wet, of heeft u andere vragen over alimentatie? Neem dan contact op met Geeske van Campen, advocaat en scheidingsmediator, g.vancampen@forwardadvocaten.nl.

Spread the word. Share this post!

Vragen over dit artikel? Neem contact op met Geeske van Campen.